Poëzie uit de Lage Landen

DE WEG

 

Hij is er altijd al geweest

Discreet, vrijblijvend, onbewogen;

En altijd open, wacht hij op jouw,

Hij neemt je mee, vervoert je

op en neer

En slingert je rusteloos

heen en weer.

 

Meestal alleen,

En onderweg

maar ook met twee

Of meer en velen

en soms te veel.

 

Dan ga je langs de kant

met volle teugen

Landschap drinken

en zit je neer,

De rug gekeerd.

 

De weg leunt op je hoofd

het licht vult stil je ogen

Gevluchte wolken aaien je schoon

en ademen zacht je binnenste buiten:

Voldaan van top tot teen

waarom nog verder gaan?

 

Toch sta je op en uitgewaaid,

de veer weer opgedraaid

Wil je vooruit, verder op pad

het einde is nog niet in zicht

Het doel altijd verborgen

je loopt maar door, want verder wacht

 

De eeuwige nieuwsgierigheid.